De barre oversteek naar Ameland in 1917

- Aanleiding - - Levenswandel - - Mobilisatie - - Hospitaal - - De oversteek - - Krantenbericht - - Brief Hoekstra - - Brief Bleeker 1 - - Brief IJnsen - - Brief Bleeker 2 - - Brief Molenaar - - Brief Visser - - Brief Bleeker 3 - - Brief Bleeker 4 - - Verslag de Jong - - Brief de Jong - - Rouwadvertenties - - Leeuwarder Courant - - Tames Oud - - Het Boekje - - Nawoord - - Gastenboek - - Contact - - Links -

Het verslag van C.A. de Jong, ‘ooggetuige’ op de vaste wal.

In 1981 kreeg ik van Anne Bijaard, toenmalig gemeentebode van Ameland, een manuscript van de heer C.A. de Jong uit Rutten in de N.O.Polder uit 1980. Het probleem van het juiste aantal mannen, die aan de overtocht hadden meegedaan, is tot op heden niet duidelijk.

Voor zover het mij bekend is, werd het manuscript van C.A. de Jong nooit officieel gepubliceerd.

De Jong was als kind op Ameland ooggetuige geweest van de overtocht in 1917. In zijn manuscript sprak hij over "13 Amelanders, militairen en zeelieden".

Een gedeelte van dit manuscript werd in 1990 in het informatieblad van "De Ouwe Pôlle" opgenomen en daarin werd het aantal mannen op 14 gesteld. De zeeman Piet de Jong werd er toen n.l. nog aan toegevoegd. Het gedeelte van de overtocht uit zijn oorspronkelijke manuscript is hieronder weergegeven.

Overtocht van 13 Amelanders, militairen en zeelieden, vanaf Holwerd naar Ameland.

 

Omdat ik het niet heb meegemaakt, maar wel intensief er kennis van heb genomen en ook op het eiland het zelf heb gezien, was ik altijd van mening geweest dat dit moest worden vastgelegd. Het was januari 1917 en het had al enige dagen sterk gevroren. Ameland zat inmiddels al een dag of vijf geïsoleerd, zodat er geen boot kon varen.

In Buren was toen nog geen ijsbaan en om te schaatsenrijden moesten we naar de kooiplaats, waar we in het greppel gelop altijd een grote baan hadden.

Toen ik op Zondagmiddag naar het ijs zou gaan om te gaan rijden, kom ik buiten en zie dat bij onze buurman Pieter Molenaar (schoenmaker) hun zoon Piet in het soldatenpak thuis komt. Ik zei die moet zijn overgelopen. Inmiddels liepen even later een paar mannen buiten Buren in de richting van Nes en dit waren Hollumers.

Toen ik op de kooiplaats kwam ontdekte ik dat er bij Paulus en Antje en bij Tjeerd en Janke mensen zaten om zich te verwarmen en van droge kleren te voorzien.

Eén van die mannen, een Hollumer, herkende ik later terug, doordat hij een opvallend uiterlijk had, dat zal wel zijn nogal grote neus zijn geweest. Dit was Jitse Ridder en nog een andere was Gerrit Postma uit Nes. Inmiddels vernam ik dat de mannen van de kooi met enkele jonge kerels, die ook naar het ijs zouden gaan, met een wagen en een ladder waren weggegaan omdat er een man was achtergebleven.

Wat ik mij verder herinner is dat toen die wagen terug kwam hadden ze een man van het ijs gehaald, die werd in het kamertje van de potstal neergelegd, dokter Wiedeman was inmiddels gearriveerd en kon slechts de dood constateren.

Uit de verhalen van die barre tocht die ik inmiddels vernam en waarover later nog veel is te doen geweest, kan ik zelf het volgende vertellen.. Soldaten en zeelui zaten met zijn allen in Holwerd in het café "de Klok" en besloten te voet naar Ameland te gaan.

Omdat het ijs nog niet voldoende sterk was, moesten ze dit op kniehoogte steeds kapot trappen. Het was nog niet voldoende laag water en daarom moesten ze ook nog door geulen gaan waden.

De datum was 21 Januari 1917 en de verongelukte man was Jacob Bleeker uit Hollum, die naar zijn ouders zou gaan. Hij had een maand met diphterie in het ziekenhuis gelegen en was nu nog maar kort ontslagen.

Ofschoon men hem het sterk had afgeraden, was hij toch meegegaan. Het is bekend dat na diphterie het hart heeft geleden en was dus gevaarlijk. Hij was dan ook de eerste die in moeilijkheden kwam en hulp nodig had.

Degene die hem het eerst en het langst heeft gedragen en gesleept was P.Molenaar. Toen er allengs meer in moeilijkheden kwamen, waaronder Tames Oud uit Nes (de latere bekende schilder) en Vink uit Hollum, stelde Molenaar voor om zo snel mogelijk alleen vooruit te lopen en op de kooiplaats trachten hulp te halen. Deze is toen vooruit gelopen en op de kooiplaats aangekomen heeft hij alarm geslagen. Hij wilde met de redders terug gaan, maar dezen wisten hem te bepraten omdat er mannen genoeg waren en raden hem aan eerst maar naar huis te gaan om droge kleren.

Thuisgekomen heeft hij andere kleren aangetrokken, gauw wat gegeten en wilde en ging dadelijk weer terug, tevens nam hij de schaatsen mee om eventueel naar het ijs te gaan. Toen hij op de kooiplaats aankwam, was men daar inmiddels aangekomen met Bleeker die bleek overleden te zijn. Ofschoon erg onder de indruk, bleek er toch niets meer aan te doen en is hij gaan schaatsen.

Later is er in de krantenberichten door een broer van Bleeker nogal wat misverstand geweest omdat Molenaar vooruit was gelopen en toen ook nog was gaan schaatsen.

Omdat mij dit allemaal bekend was had ik altijd de gedachte dat deze tragische tocht nog eens moest worden vastgelegd.

Ik had er al eens op geattendeerd bij iemand dat men dit zou gaan doen, maar toen er langzamerhand niet veel overlevenden meer waren dacht ik er zelf eens mee te beginnen. Er konden volgens mijn mening twee overlevenden zijn n.l. Gerrit Postma, die douane was geweest in den Haag en Jitse Ridder, die inmiddels ook al meer als tachtig jaar was en in Hollum woonde.

Bij navraag aan een zuster van Gerrit bleek mij dat hij inmiddels ook was overleden. Toen ik hierover aan Jitse Ridder schreef bleek mij dat deze ook al een verhaal had gehad, maar de namen waren nog te achterhalen. De datum had ik inmiddels achterhaald uit de overlijdensacte van de burgerlijke stand.

Verder heeft Janna Ridder-Brouwer er nogal werk van gemaakt (een schoondochter van Jitse Ridder) om copies van de kranteberichten te achterhalen. Ik kreeg dus de namen opgegeven en kreeg later van Janna de krantenknipsels. Inmiddels had ik ook al het doodsbericht van Jitse gekregen, wat allemaal in dit boek is vastgelegd.

Ik weet nog dat P.Molenaar, nadat de voor hem het belastende krantenbericht was gepubliceerd hij bij mijn vader kwam om die het antwoord te laten lezen. Hij was gestuit op het woord "individu", wat toen niet bekend was wat dit betekende. Het bleek maar een onschuldig woord te zijn, n.l. persoon of iets van die strekking.

Hier volgen nu de namen van de mensen die dit hebben meegemaakt.

Piet Molenaar, Buren, militair

Tames Hendrik Oud, Nes, militair

Gerrit J. Postma, Hollum, militair

Jitse de Ridder, Hollum, militair

Arie Vink, Hollum, militair

Piet Visser, Hollum, zeeman

Willem J. IJnsen, Hollum, zeeman)

Jan J. IJnsen, Hollum, zeeman)         broers

Klaas J. IJnsen, Hollum, militair)

Gies de Jong, Hollum, zeeman (Westhoek)

Klaas de Vries, Hollum, zeeman

Lolke Kanger, Hollum, zeeman

Jacob Bleeker, Hollum, militair (overleden)

Jacob Bleeker, geb. 20-12-1892 te Hollum, zoon van Pieter Jacobs Bleeker en Truitje Visser, ten tijde van Jacob's overlijden wonende te Hollum. Jacob overleed op 21 Jan. 1917 's middags om half 3 en was van beroep timmerman, wonende te Leeuwarden, overgeschreven op 2 Sept. 1910.