De barre oversteek naar Ameland in 1917

- Aanleiding - - Levenswandel - - Mobilisatie - - Hospitaal - - De oversteek - - Krantenbericht - - Brief Hoekstra - - Brief Bleeker 1 - - Brief IJnsen - - Brief Bleeker 2 - - Brief Molenaar - - Brief Visser - - Brief Bleeker 3 - - Brief Bleeker 4 - - Verslag de Jong - - Brief de Jong - - Rouwadvertenties - - Leeuwarder Courant - - Tames Oud - - Het Boekje - - Nawoord - - Gastenboek - - Contact - - Links -

Artikel in de Leeuwarder Courant in 2008.

Op 12 januari 2008 verscheen een artikel in de Leeuwarder Courant, onder de bijlage: "Dossier Ameland", over deze tragische affaire.

Jammer genoeg heeft de journalist Jaap Hellinga, niet de moeite genomen om ook navraag te doen bij het Cultureel-Historisch Museum "Sorgdrager" te Hollum, waar dit boekje al 8 jaar te koop was en waarop ik hem later attent heb gemaakt.

Dan had hij wellicht meer details kunnen opnemen die van belang konden zijn. Daardoor was het o.m. ook onterecht dat er een foto uit 1929 van mannen op het ijs in dit artikel werd opgenomen, die echter niets met deze tocht te maken had.

Volledigheidshalve volgt hieronder zijn artikel, alhoewel het niets meer bijdraagt aan mijn eerder onderzoek.

Onder de titel "Eenzame dood op het Wad" schreef Hellinga:

Voor deze reeks historische verhalen put de Leeuwarder Courant uit de gemeentelijke archieven in Leeuwarden, Sneek, Harlingen en Dokkum. Uit het streekarchief Noord-oost Friesland vandaag de tragische dood van een Amelander.

Niemand heeft het natuurlijk ooit kunnen navertellen, maar bij onderkoeling schijnt de dood als een warme deken over je heen te vallen. Eerst verkleum je tot op het bot. Daarna voel het alsof je weer langzaam opwarmt, waarna je in een lome roes wegglijdt uit het leven. Jacob Bleeker is zo aan zijn einde gekomen.

In de winter van 1917 vroor de Waddenzee dicht. Geen schip dat nog voer, de eilanden raakten volledig geïsoleerd. "Negen dagen was ons eiland, behalve telefonisch, van alle gemeenschap afgesloten", zo berichtte de Amelandse correspondent op 29 januari in het Nieuwsblad Dockum. "Kan een stadsmensch zich zulks voorstellen, hun die twee maal daags het eerste nieuws wordt bezorgd". De schaarste liet zich al snel voelen. "Geen winkelier te Hollum die zeep meer verkocht en zout, slechts een pond bij een winkelier".

Op de tweede dag van het isolement besloot een groep mannen vanaf Holwerd naar Ameland te lopen. Postschipper Cornelis Evert Colmer voer die 21ste januari met zijn schip naar de eerste geul, waar hij de ploeg op het ijs afzette. Vandaar begonnen de dertien "voor het merendeel uiterst krachtige gezonde mannelijke personen" te lopen. Het waren allemaal zeelieden en militairen.

Het Nederlandse leger was vanwege de wereldoorlog immers gemobiliseerd. De 24-jarige Jacob Bleeker was een van hen. Hij diende als sergeant bij het Depot IX van het 5e regiment in Amersfoort. Sommigen droegen levende kippen met zich mee. De kou bijt zich in de waaghalzen vast. Jammerlijk genoeg kozen ze ook nog een verkeerde richting. "Ze hadden oostelijker moeten lopen".

Halverwege de ijselijke zeetocht doemde onverwacht open water op. De avonturiers zagen zich gedwongen om tussen de schotsen door te waden. "Soms tot de knieën gingen de mannen door het drijfijs". Het koude water priemde als ijsnaalden in hun onderbenen. Moeizaam klommen ze weer op het ijs. Daar blies de genadeloze winterwind over de doordrenkte kleding van de lamgeslagen wandelaars.

De ijswandeling ontaarde in een ware helletocht. Arie Vink en Klaas de Vries raakten door de kou bevangen en ook Jacob Bleeker zakte helemaal in. Na uren dolen kon hij niet meer. Ondersteund door Gijs de Jong en Klaas IJnsen verzuchtte de uitgeputte militair: "Jongens, laat mij maar liggen, ik haal de wal toch niet".

De helpers namen een moeilijk besluit. Ze lieten Bleeker "op een droge plek" achter, op nog geen kwartier afstand van Ameland. IJnsen en De Jong snelden voor hulp naar de Kooiplaats. een uur later vonden de hulptroepen de eenzaam op het Wad achtergebleven Bleeker terug.

Godzijdank ! Hij leefde nog. Snel brachten ze hem naar de Kooiplaats. eenmaal daar verkeerde Jacob Bleeker niet meer onder de levenden. Zijn tragische dood sloeg in als een bom. "Hij heeft het toch niet kunnen volbrengen, daar hij pas 4 weken in het hospitaal had gelegen met een ernstige keelziekte en juist twee dagen daarvoor daaruit was ontslagen", zo schreef de diepbedroefde sergeant J.Hoekstra op 5 februari in een ingezonden brief aan het Nieuwsblad Dockum. Bleekers dienstmakker uit Amersfoort vroeg zich vertwijfeld af hoe het zo heeft kunnen lopen. "Over het algemeen oordeelt men dezen tocht als roekeloos", stelde Hoekstra.

Ook Jacbs broer Cornelis zocht schuldigen. De hoofdonderwijzer uit het Gelderse Vaassen toog naar zijn geboorte-eiland en sprak met getuigen. Hij stuitte op tegenstrijdigheden in de verklaringen en concludeerde: "Heel makkelijk hadden de reisgenoten den man naar ‘t eiland kunnen dragen, daar ze blijkbaar zo vermoeid niet waren".

Volgens Cornelis Bleeker had het onervaren gezelschap te snel gelopen. Waarom hadden ze dan geen reddingsmateriaal en extra voedsel meegenomen ? Waarom waren ze niet bij elkaar gebleven ? En waarom lieten ze een verkleumde man achter op de dichtgevroren zee ? De verwijten stapelden zich op.

"Persoonlijk was ik voor een gerechtelijk onderzoek, maar heb mij moeten neerleggen bij den wil van mijner moeder" , aldus een verbitterde Cornelis Bleeker. Tot zijn verbijstering ontdekte het rouwende schoolhoofd dat er "zelfs individuen die na den tocht te hebben meegemaakt later reeds op schaatsen stonden". , zo schreef de diepbedroefde sergeant J.Hoekstra op 5 februari in een ingezonden brief aan het Nieuwsblad Dockum. Bleekers dienstmakker uit Amersfoort vroeg zich vertwijfeld af hoe het zo heeft kunnen lopen. "Over ‘t algemeen oordeelt men dezen tocht als roekeloos", stelde Hoekstra.

Jan Molenaar voelde zich nu aangesproken. Zijn vader Pieter nam het in de krant voor hem op. "Ik heb omstreeks een half uur met hem omgeploeterd", vertelde Jan Molenaar. "Op het laatst meer dragende dan lopende". Als hij de anderen om hulp vroeg, antwoordden die: "Ik heb genoeg aan mijn eigen". Molenaar kon niet anders dan de wankelende Hollummer overdragen aan IJnsen en De Jong. Vanuit Amsterdam reageerden ook de zeelieden P.Visser en De Jong op de aantijgingen. Ze drongen aan op een gerechtelijk onderzoek. Een in zijn eer aangetaste Molenaar constateerde grimmig: "Ondank is des werelds loon".

De foto in het artikel die helaas niets met het verhaal te maken heeft.