De barre oversteek naar Ameland in 1917

- Aanleiding - - Levenswandel - - Mobilisatie - - Hospitaal - - De oversteek - - Krantenbericht - - Brief Hoekstra - - Brief Bleeker 1 - - Brief IJnsen - - Brief Bleeker 2 - - Brief Molenaar - - Brief Visser - - Brief Bleeker 3 - - Brief Bleeker 4 - - Verslag de Jong - - Brief de Jong - - Rouwadvertenties - - Leeuwarder Courant - - Tames Oud - - Het Boekje - - Nawoord - - Gastenboek - - Contact - - Links -

Ingezonden brief van sergeant J.Hoekstra, 3 februari 1917.

Naar aanleiding van het algemene krantenbericht van 27 januari 1917, dat ook in de "Leeuwarder Courant" was opgenomen, plaatste de sergeant J.Hoekstra op 31 januari 1917 een emotionele ingezonden brief in het "Nieuwsblad Dockum". Hij was een persoonlijke vriend van Jacob en eveneens bij hetzelfde onderdeel in Amersfoort gelegerd.

Te voet van Holwerd naar Ameland.

Geachte redactie!

Vergun mij eenige plaatsruimte in Uw blad. Bij voorbaat mijnen dank.

Nog versch ligt ons allen in het geheugen het bericht in de Leeuwarder Courant onder bovenstaand hoofd, waarbij de sergeant J.Bleeker wonende te Hollum op Ameland zoo noodlottig om het leven is gekomen. Gaarne zou ik als vriend van genoemde Bleeker het volgende onder de aandacht van het publiek willen vestigen.

In de eerste plaats dat wij hier allen aan Bleeker hebben verloren een beste kameraad, die altijd bereid was iemand te helpen wanneer het in z'n vermogen was. Een joviale kerel die altijd plezier had en steeds opgeruimd van geest was. We zullen hem daarom ook noode missen.

Doch nu ter zake. Men oordeelde destijds die tocht van genoemde militairen roekeloos.

Afgezien van het al of niet waar zijn dezer bewering, geloof ik dat wanneer men als soldaat met verlof gaande, voor het feit wordt geplaatst, om met gevaar nog thuis te kunnen komen, of zonder gevaar niet thuis te kunnen komen en dan je geheel verlof of enkele dagen er van bij inschieten, men in de meeste gevallen het eerste zal kiezen.

Men moet soldaat zijn om te beseffen wat het is met eenige dagen verlof naar huis te kunnen gaan. Daar waagt men desnoods veel meer voor. En vooral die menschen die zoo ver weg wonen als genoemde militairen. Zij hebben altijd een geheelen dag soms anderhalve dag noodig om thuis te komen.

En toen dan deze keer na 1½ dag reizen hen de gelegenheid ontbrak om verder te reizen, hebben ze toch het mogelijke geprobeerd om dien avond nog bij de hunnen te komen. Bleeker heeft helaas dat genoegen niet mogen smaken.

Hij heeft de tocht niet kunnen volbrengen, daar hij pas 4 weken in het hospitaal had gelegen met een ernstige keelziekte en juist twee dagen te voren daaruit was ontslagen.

"Een tijdlang heeft men hem nog geholpen, doch tenslotte moest men hem aan z'n lot overlaten", stond er in het eerste bericht.

In hoeverre dat waar was heb ik niet kunnen constateeren, wel weet ik dat een later bericht van een correspondent van Ameland onder anderen meldde: "Omtrent het omkomen van den Onderofficier, die eenige dagen geleden met 14 andere personen over de Wadden van Friesland naar Ameland was gegaan en onderweg niet verder kon, meldt men ons dat dit geval toont, hoe weinig hulpvaardig men soms is om anderen die in nood verkeeren te helpen.".

Op genoemde tocht bevond zich het gezelschap ongeveer een kwartier van den vasten wal van Ameland, toen de Onderofficier uitgeput neerviel. De anderen lieten hem liggen en pas 1½ uur daarna kwam er een boeren wagen van het eiland, waarmede de man werd vervoerd.

Heel gemakkelijk hadden de reisgenooten den man naar 't eiland kunnen dragen daar zij blijkbaar zoo vermoeid niet waren. Zij hebben tenminste nog met hun bagage 2 uur kunnen loopen om hun dorp te bereiken. Indien zij zich dadelijk over den Onderofficier hadden ontfermd, ware hij waarschijnlijk niet omgekomen.

Welnu als dat waar is dan is het treurig. Immers bij militairen geldt altijd het parool "Samen uit, samen thuis".

En is dan een dergelijke daad niet strafbaar? Want Art. 450 van het Wetboek van Strafrecht luidt: "Ieder die getuigen zijnde van het oogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat deze hulp te verleenen, die hij hem zonder gevaar voor zich zelven verleenen kan, indien de dood van den hulpbehoevende er op volgt, gestraft wordt met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste ƒ.800,- ".

Ik weet nu niet welk bericht het dichtst bij de waarheid is, ook weet ik niet of die anderen zonder gevaar voor hun eigen leven hulp hadden kunnen verleenen, doch één ding staat vast, het heeft de dood tengevolge gehad van den hulpbehoevende.

Mijns inziens zou het dan ook wenschelijk zijn dat deze zaak eens nader werd onderzocht. Misschien dat dit ook al reeds wordt gedaan. Ik hoop echter tevens dat een onderzoek zal uitwijzen, dat de andere militairen geen nalatigheid zal, kunnen worden verweten in het hulp verleenen van een medemensch, die in nood verkeert. Dit zou tenminste een lafhartige daad zijn. En daarvoor staan over het algemeen de Eilanders langs de Wadden niet bekend.

Verder wil ik namens allen die hem hebben gekend hier, aan de familie van sergeant Bleeker onze innige deelneming betuigen, met het voor hen zoo noodlottige ongeval.

Wij hadden dat anders wel eerder gedaan doch wegens de isolatie van Ameland hebben we daarvan afgezien.

Dit moge hen eenigzins tot troost zijn in het verlies, dat hij bij een ieder was gezien, en ook bij elkeen goed bekend stond aangeschreven.

J.Hoekstra mil.Sergeant

Amersfoort, 31-1-17.

Depôt IX, 5e Compagnie.