De barre oversteek naar Ameland in 1917

- Aanleiding - - Levenswandel - - Mobilisatie - - Hospitaal - - De oversteek - - Krantenbericht - - Brief Hoekstra - - Brief Bleeker 1 - - Brief IJnsen - - Brief Bleeker 2 - - Brief Molenaar - - Brief Visser - - Brief Bleeker 3 - - Brief Bleeker 4 - - Verslag de Jong - - Brief de Jong - - Rouwadvertenties - - Leeuwarder Courant - - Tames Oud - - Het Boekje - - Nawoord - - Gastenboek - - Contact - - Links -

Brief van C.A. de Jong uit 1982.

In een persoonlijke brief, die de heer C.A. de Jong aan mij schreef, zette hij nogmaals zijn ervaringen over deze noodlottige oversteek van 21 februari 1917 uiteen.

Rutten, 10 november 1982.

Geachte Heer Bleeker,

Bedankt voor Uw brief met krantenbericht en foto’s van 22 septem-ber1982. Het lag altijd in mijn bedoeling nog eens te reageren op die tocht waar Uw oom is verongelukt. Nadat ik nu alles nog eens heb nagelezen en ik meen dat U van Anne Beyaard ook het schrijven wat ikzelf hierover gemaakt had, heeft ontvangen, is U m.i. voldoende geïnformeerd. Inmiddels is het 65 jaar geleden en zijn de tijden enorm veranderd.

Zelf heb ik ook wel eens meegemaakt dat ik in Holwerd geïsoleerd zat en vervolgens heb ik in de strenge winter van 1929 en daarna in de veertiger jaren, de tocht zelfs al eens met een paar zoontjes van ons, gelopen.

Dat was dus allemaal kinderspel, omdat we gewoon over de bevroren zee liepen en het in 1½ uur vlot kunnen doen.

Een uitstapje, ‘s morgens heen en ‘s middags terug, of met de arreslee of met een getrokken sleetje stro en boodschappen halen. Ik wil echter in gedachten de situatie van toen nog eens voor de geest halen.

In Hotel de Klok zitten de soldaten en zeelui. Zoals het toen was, waren allen lang van huis geweest en was geen eind van de winter in zicht. Men zit dus met de gedachte hoe en wanneer komen we thuis, of moeten we gewoon weer terug, naar de dienst en naar zee.

De gedachte om over te lopen wordt gelanceerd en dan is er geen houden meer aan. Wat hun in moeilijkheden heeft gebracht, is gekomen omdat het ijs hun niet kon dragen en dat het op knie-hoogte steeds moest worden stukgemaakt. Dit betekende dat het een lange collonne moet zijn geweest. Dat het allen was afgeraden en vooral Uw oom het meest, kan men achteraf wel gemakkelijk zeggen.

Het eerste stuk vanaf Holwerd is slik en dus dadelijk al vermoeiend. Uw oom komt het eerst in moeilijkheden en wordt o.a. door Piet Molenaar ondersteund gedragen en gesleept.

Inmiddels zijn er meerderen: Jitse Ridder draagt Vink, anderen weer iemand. Tames Oud heeft zijn laarzen verspeeld zonder dat hij het weet en loopt op sokken, komt ook in moeilijkheden. Piet Molenaar de eenige uit Buren en waarschijnlijk het meest bekend met de route, (ze waren wel op de juiste richting) komt met de anderen tot de conclusie dat er een ramp staat te gebeuren.

Bleeker zegt laat mij maar achter, want ik haal het toch niet (ik denk hier aan het verhaal van de Zuidpool-expeditie van Schot).

*) Opmerking: hier wordt Robert Scott bedoeld, die in 1912 de Zuidpool als eerste bereikte en op de terugreis is omgekomen.

Molenaar stelt voor om vooruit te lopen en op de kooiplaats hulp te halen. Dit gebeurt en de aanwezige mannen op de kooiplaats zeggen tegen Molenaar ga jij eerst maar naar huis, wij zijn machtig genoeg en die gaan met een boerenwagen en een ladder naar de plaats waar zij aan wal moeten komen. De rit vanaf de kooiplaats over land zal ruim een kwartier gaans zijn. De mannen duwen en trekken zelf de wagen, dit kan omdat de grond hard is.

De rest weet U, persoonlijk heb ik eenige mannen zien zitten in de kamer bij Tjeerd en Janke en de anderen zaten bij Paulus en Antje. Voor zover ik kon zien hadden ze droge kleren gekregen want sommigen hadden een werkbroek van Tjeerd aan. Een poosje later kwam de wagen met de over-ledene, waarvan de een meende dat toen zij bij hem kwamen de oogen hadden bewogen, maar waarvan anderen zeiden dat het verbeelding was.

Ik had er behoefte aan nu 65 jaar later hierover nog eens mijn visie te geven en wat niemand weet maar ook nog wel mogelijk zou kunnen zijn, zouden ze ook nog een borreltje bij zich hebben gehad. Ik denk maar een

beetje hard op maar dat zou toch niet verwonderlijk zijn geweest.

Inmiddels weten we wel dat het voor zoon zware reis niet bevorderlijk zou zijn geweest.

Men vergeet deze laatste zinnen maar want dat blijft toch maar raden.

Resumerend ben ik van meening alles nog eens op een rijtje gezet te hebben, dat het heel jammer is geweest dat ze Bleeker nog niet een poosje dood of levend hebben meegesleept, maar dat wij nooit zullen kunnen weten in welk een paniekstemming men is geraakt.

Mijn broer en een zwager hebben eens een dergelijke zware tocht gemaakt met een jongen op een slee die naar het ziekenhuis moest, maar daarvan waren er ook een paar die zeiden laten we even gaan zitten. Dit is het begin van uitputting.

Inmiddels is het toch nog een heel relaas geworden, maar dan heb ik mijn visie nog eens op papier gesteld.

Hartelijke groeten,

C.A. de Jong, Noordermeerweg 49 A, Rutten N.O.P.