De barre oversteek naar Ameland in 1917

- Aanleiding - - Levenswandel - - Mobilisatie - - Hospitaal - - De oversteek - - Krantenbericht - - Brief Hoekstra - - Brief Bleeker 1 - - Brief IJnsen - - Brief Bleeker 2 - - Brief Molenaar - - Brief Visser - - Brief Bleeker 3 - - Brief Bleeker 4 - - Verslag de Jong - - Brief de Jong - - Rouwadvertenties - - Leeuwarder Courant - - Tames Oud - - Het Boekje - - Nawoord - - Gastenboek - - Contact - - Links -

Ingezonden brief van Cornelis Bleeker (4), 18 maart 1917.

Uit de bovenstaande ingezonden brief van Cornelis Bleeker bleek toch wel dat hij zijn oorspronkelijke inzicht op de toedracht van het ongeval voor een deel verkeerd had ingeschat en sprak hij zijn waardering uit voor het optreden van Jan Molenaar.

In de volgende ingezonden brief, van enige dagen later, rehabiliteerde Cornelis hem zelfs, al bleef hij twijfel houden over het optreden van de anderen. Het is dan ook de laatste reactie op dit tragische ongeval op Ameland die in de plaatselijke krant verscheen.

 INGEZONDEN

Geachte Redactie!

Bij dezen ben ik zoo vrij mij nogmaals tot U te wenden met het beleefd verzoek de navolgende regelen in Uw op het eiland Ameland zoveel gelezen blad op te nemen, daar het hier de rehabilitatie geldt van Jan Molenaar ( * hier wordt bedoeld Piet Molenaar), wonende te Buren op Ameland; bij voorbaat mijn dank!

Te Hollum had men, toen ik me naar Nes en Buren wilde begeven, mijn aandacht gevestigd op het gedrag van sommige personen uit genoemde dorpen, die, na den noodlottigen tocht te voet van Holwerd naar Ameland op den 21sten Januari j.l. te hebben meegemaakt, een poosje later de schaatsen onder hadden. Uit een schrijven, dat ik mocht ontvangen van den heer P.D.Molenaar te Buren op Ameland, is mij gebleken, dat dit alleen betrekking heeft op zijn zoon, naar ik meen Jan Molenaar.

De heer Molenaar wijst er mij dan op, dat zijn zoon met nog een soldaat uit Nes afkomstig, mijn broeder tot het uiterste hebben bijgestaan. Is deze laatste soldaat misschien Gerrit Posthumus of Tames Oud, die ik beiden ook zeer heb hooren roemen? Toen de nood op zijn hoogst was is Molenaar zoo hard hij kon naar de Kooiplaats gegaan om hulp te halen. Hij wilde direct weer met den wagen terug, maar de voerman P.Brouwer gaf hem den raad zijn natte kleeren voor droge te verwisselen, ook al omdat er volk genoeg was. Van droge kleeren voorzien is Molenaar weer naar de Kooiplaats getrokken en toen er geen hulp meer noodig was is hij gaan schaatsenrijden, want hij achtte het beter in beweging te blijven, dan stil te gaan zitten. Hieruit blijkt dus, dat Molenaar zich heeft gedragen als een man, voor wien ik het meeste respekt heb en wien wij veel dank zijn verschuldigd.

Naar ik meen is dit ook door mijn familie gevoeld blijkens de dankbetuiging in Onze Eilanden van Zaterdag 17 Februari '17. 't Is mij dan ook een bijzondere genoegen, mijn woorden in te trekken en 't spreekt van zelf, dat het voor mij een nog grooter genoegen zou zijn, indien ik alles moest terug nemen.

Alvorens te eindigen neem ik hier de gelegenheid waar eens te wijzen op een omstandigheid, die tot nu toe voor mij niet is opgehelderd. Volgens den heer Jongsma waren er 13 personen, die den tocht hadden meegemaakt, terwijl volgens Klaas en Jan IJnsen behalve mijn broeder ook Arie Vink en Klaas de Vries de behulpzame hand noodig hadden. Stel, dat er voor deze drie mannen ieder 2 personen noodig waren, dan blijven er nog 4 over. Van deze laatsten ging Jan Molenaar vooruit om hulp te halen. Waar bevonden zich de overigen? Wie kan hier de oplossing van geven?

U, Geachte Redactie, nogmaals dankende voor de verleende plaatsruimte, verblijf ik hoogachtend.

Uw dw. dn.

C.Bleeker. Vaassen (Gelderland) 18-3-'17