De barre oversteek naar Ameland in 1917

- Aanleiding - - Levenswandel - - Mobilisatie - - Hospitaal - - De oversteek - - Krantenbericht - - Brief Hoekstra - - Brief Bleeker 1 - - Brief IJnsen - - Brief Bleeker 2 - - Brief Molenaar - - Brief Visser - - Brief Bleeker 3 - - Brief Bleeker 4 - - Verslag de Jong - - Brief de Jong - - Rouwadvertenties - - Leeuwarder Courant - - Tames Oud - - Het Boekje - - Nawoord - - Gastenboek - - Contact - - Links -

Ingezonden brief (2) van Cornelis Bleeker, 7 maart 1917.

Op zaterdag 7 maart 1917 onderstreepte Cornelis Bleeker nog eens zijn twijfel, na een persoonlijk bezoek aan Ameland.

INGEZONDEN.

 

(Buiten verantwoordelijkheid van de Redactie.)

Geachte Redactie!

In "Onze Eilanden" van Zaterdag 10 Februari '17 komt een ingezonden stuk voor van mijn hand naar aanleiding van de zoo geheel tegenstrijdige berichten aangaande den noodlottigen dood van mijn broeder Jacob Bleeker, in leven milicien-Onderofficier bij het IX Depôt Bataljon te Amersfoort.

Zo wees ik er o.a. op, dat de stremming van het verkeer met het eiland Ameland oorzaak is geweest, dat ik deze zaak niet persoonlijk heb kunnen onderzoeken.

Verleden week ben ik daartoe echter eindelijk in de gelegenheid gesteld en zoodoende heb ik kunnen constateren:

1e. dat de berichten, welke betrekking hebben op deze dieptreurige zaak elkander op zeer opvallende wijze tegenspreken, hetgeen m.i. niet het geval zou zijn als alles volkomen in de haak was geweest;

2e. dat de tocht van Holwerd naar het eiland Ameland ondernomen op den 21sten Januari j.l. op zijn minst roekeloos is te noemen, niet alleen in verband met de destijds heerschende strenge koude en de te geringe draagkracht van het ijs, maar vooral in verband met het zeer ernstige verzuim, om een voldoende hoeveelheid levensmiddelen en reddingsmateriaal mee te nemen;

3e. dat er van het begin af te hard is geloopen, waardoor enkelen te spoedig aan het einde van hun krachten kwamen;

4e. dat men niet den juisten koers heeft genomen, hetgeen begrijpelijk is, daar men mij heeft verzekerd, dat niet één van het gezelschap ervaring had op dit gebied;

5e. dat men niet genoeg bij elkander is gebleven, waardoor mijn broeder op het laatst was toevertrouwd aan de zorgen van Gijs de Jong en Klaas IJnsen, die, naar eerstgenoemde mij mededeelde, ten slotte genoodzaakt waren hem op een droge plek op een kwartier afstands van Ameland achter te laten;

6e. dat men mijn broeder op deze plek zoo ongeveer een uur heeft gelegen in de felle kou en met natte kleren.

7e. dat hij volgens ingewonnen inlichtingen nog leefde, toen eenige personen van het eiland hem kwamen afhalen.

8e. dat het gezelschap bestond uit dertien voor het meerendeel uiterst krachtige, gezonde mannelijke personen;

9e. dat de personen uit Hollum afkomstig met hun bagage (o.a. Levende kippen!!!) en zonder zich te verdrogen nog minstens twee uur hebben kunnen loopen om hun dorp te bereiken en dat er onder deze mannen waren, die bijzonder vroeg arriveerden;

10e.dat er volgens de door mij ingewonnen inlichtingen zelfs individuen waren, die na den tocht te hebben meegemaakt, een tijdje later reeds op schaatsen stonden.

Aan het slot van mijn artikel gekomen, spreek ik hier als mijn overtuiging uit, dat er meer had kunnen gedaan worden, dan er gedaan is. Wanneer men in levensgevaar verkeert, redt men in de allereerste plaats zijn leven en noch aan bagage, noch aan een paar onnoozele kippen, wordt dan gedacht.

Ook kan men in uitgeputten toestand met deze bagage geen twee uur loopen en dan nog wel in de felle kou en met geheel natte onderkleeren!

Niet ieder echter treft een verwijt, zooals ook uit het bovenstaande blijkt en daarom neem ik dan ook de gelegenheid te baat aan allen, die mijn broeder hebben bijgestaan, hier in het openbaar mijn hartelijke dank te betuigen.

Persoonlijk was ik voor een gerechtelijk onderzoek, maar ik heb mij moeten neerleggen bij de wil mijner Moeder, hetgeen echter niet wegneemt dat zij, wier geweten in deze zaak geheel zuiver is, nochtans een zoodanig onderzoek kunnen uitlokken.

Vaassen (Gelderland)

C.Bleeker