De barre oversteek naar Ameland in 1917

- Aanleiding - - Levenswandel - - Mobilisatie - - Hospitaal - - De oversteek - - Krantenbericht - - Brief Hoekstra - - Brief Bleeker 1 - - Brief IJnsen - - Brief Bleeker 2 - - Brief Molenaar - - Brief Visser - - Brief Bleeker 3 - - Brief Bleeker 4 - - Verslag de Jong - - Brief de Jong - - Rouwadvertenties - - Leeuwarder Courant - - Tames Oud - - Het Boekje - - Nawoord - - Gastenboek - - Contact - - Links -

Ingezonden brief van Cornelis Bleeker (1), 10 februari 1917.

Cornelis Bleeker, de oudste broer van Jacob, was op dat moment onderwijzer in Vaassen. Hij was klaarblijkelijk erg geschrokken over de inhoud van de ingezonden brief, d.d. 31 januari 1917, van de dienstplichtig sergeant Hoekstra.

Van zijn hand verscheen er op 10 februari 1917 de volgende ingezonden brief als reactie op het ongeluk.

INGEZONDEN.

Geachte redactie!

In "Onze Eilanden" van deze week komt een ingezonden stuk voor afkomstig van de heer J.Hoekstra, waarin deze wijst op de groote tegenstrijdigheid tusschen de beide berichten aangaande de zoo noodlottige wijze waarop zijn vriend en mijn broeder, de milicien-onderofficier J.Bleeker om het leven is gekomen.

Het eerste bericht toch bevat de mededeeling, dat de metgezellen van mijn broeder gedaan hebben, wat in hun vermogen was om hem te helpen, terwijl daarentegen het latere bericht zegt, dat genoemde personen mijn broeder in den steek hebben gelaten.

Er staat toch: "Op genoemden tocht (n.l. van Holwerd naar Ameland) bevond het gezelschap zich op ongeveer een kwartier van den vasten wal van Ameland, toen de onderofficier uitgeput neerviel.

De anderen lieten hem liggen en pas 1½ uur later kwam er een boerenwagen van het eiland, waarmede de man werd vervoerd. Heel gemakkelijk hadden de reisgenooten den man naar het eiland kunnen dragen, daar zij blijkbaar zoo vermoeid niet waren.

Zij hebben ten minste nog met hun bagage 2 uur kunnen loopen om hun dorp te bereiken. Indien zij zich dadelijk over den onderofficier hadden ontfermd, ware hij waarschijnlijk niet omgekomen.

Evenals den heer Hoekstra heeft ook mij deze tegenstrijdigheid in beide berichten getroffen, vooral omdat dit het laatste bericht was en naar men gewoonlijk mag aannemen, het meest juiste.

Door de stremming van het verkeer van den vasten wal met het eiland Ameland is het mij echter tot dusverre niet mogelijk geweest, de zaak persoonlijk te onderzoeken.

Toch hoop ik van harte, dat het eerste bericht geheel volgens waarheid is, niet alleen voor mij en mijne familie, maar ook voor mijn broeders metgezellen, daar deze anders een zware verantwoordelijkheid op zich hebben geladen en dan indirect de oorzaak zijn van den diepen rouw, waarin wij zijn gedompeld.

Hun handelwijze zou in dit geval een schrille tegenstelling vormen in vergelijking met het degelijke karakter van wijlen mijn broeder, die volgens de vele bewijzen van deelneming, welke ik mocht ontvangen van zijn superieuren, zijn kameraden en zijn minderen, steeds één en al hulpvaardigheid was.

Vaassen (Gelderland) 5-2-1917.

C.Bleeker

Hoofdonderwijzer.